
Ontwikkeling, Opvang en Onderwijs
Expertisecentrum voor kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en basisonderwijs.
Wij doen mee met VVE
Publicatie over succesvolle invoering van voor- en vroegschoolse educatie in kinderdagverblijven.
Stap-programma's
Met 'Instapje', 'Opstapje' en 'Opstap' stimuleren ouders de ontwikkeling van hun kind.
Kaleidoscoop
Educatieve methode voor groepen peuters en kleuters gericht op taalontwikkeling.
Effectieve voor- en vroegschoolse educatie
Artikel over het bestrijden van onderwijsachterstanden.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
Carolien Gelauff is expert op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie.
Stel een vraag
|
|
Per 1 augustus 2010 is de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE) ingegaan. Het doel van deze wet is om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteitseisen van de peuterspeelzalen te verbeteren.
De wet OKE definieert voor- en vroegschoolse educatie als volgt: 'Vve-programma’s zijn educatieve programma’s gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden beginnend in 'kinderdagverblijven of peuterspeelzalen en doorlopend tot en met groep twee van de basisschool.' Voor- en vroegschoolse educatie bestaat volgens de Wet OKE uit ten minste vier dagdelen van ten minste 2,5 uur, of per week ten minste 10 uur aan activiteiten. Het moet gaan om 'brede' programma’s, gericht op het stimuleren van de ontwikkelingsgebieden taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Voorschoolse educatie is in ieder geval bestemd voor 'doelgroepkinderen' tussen tweeënhalf en vier jaar oud. Gemeenten bepalen zelf welke kinderen tot de doelgroepkinderen behoren. Dat kan per gemeente verschillen. De meeste gemeenten doen dit aan de hand van de gewichtenregeling voor het basisonderwijs (zie onder). Voorschoolse educatie wordt verzorgd op een peuterspeelzaal (kindercentrum) of kinderdagverblijf. Vroegschoolse educatie is bestemd voor doelgroepkinderen in groep 1 en 2 van de basisschool.
De vve-programma’s die voldoen aan de kwaliteitsvoorwaarden van voorschoolse educatie zijn: Piramide, Kaleidoscoop, Ko-Totaal, Speelplezier, Sporen, Startblokken/Basisontwikkeling en Doe meer met Bas. Gemeenten kunnen echter ook andere vve-programma’s inzetten, mits het om brede programma’s gaat. Dit is vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, gebaseerd op Wet OKE.
Lees meer over vve-programma’s bij het onderdeel Erkende interventies in dit dossier.
In de Wet OKE staan kwaliteitseisen voor kindercentra en voorschoolse educatie. Voor veel peuterspeelzalen betekent de Wet OKE een investering in de kwaliteit van de beroepskrachten. Daarvoor krijgen peuterspeelzalen een financiële tegemoetkoming van gemeenten. De GGD houdt toezicht op de naleving van de kwaliteitseisen.
Lees in het dossier Harmonisatie Kinderopvang meer over de samenwerking tussen peuterspeelzaal en kinderopvang.
Gemeenten en scholen zijn verplicht om samen afspraken te maken over het verbeteren van de leerprestaties van leerlingen met een onderwijsachterstand. Dit wordt de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) genoemd. Zie voor meer informatie over de LEA het onderdeel Lokaal beleid van dit dossier.
Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap is in 2011 gestart met experimenten met 'startgroepen' voor 2- en 3-jarigen met een (taal)achterstand. Doel van de proef is om de prestaties van deze jonge kinderen vroegtijdig en spelenderwijs te verbeteren in de rijke leeromgeving van de basisschool. Er komen dertig pilots: dertig groepen met zestien kinderen. De kinderen worden in hun ontwikkeling gevolgd tot en met groep 3 in de basisschool.
De kinderen maken vijf ochtenden of 12,5 uur per week deel uit van de startgroep. Er wordt een hbo'er, in dienst van het primair onderwijs, geplaatst in de peuterspeelzaal of kinderopvang. Deze staat naast een mbo'er op de groep. Het inhoudelijk aanbod wordt geïntegreerd met het aanbod aan leerlingen tot en met groep 8. Hiermee ontstaat een doorlopende leerlijn, onder de regie van de schoolleider. De hbo'er volgt scholing in het werken met 2- en 3-jarigen en de mbo'er leert zich te richten op leerprestaties van leerlingen (zie Opbrengstgericht werken). Zie beleidstukken voor de Kamerbrief over de startgroepen.
Leerlingen met een extra grote taalachterstand kunnen gedurende een jaar intensief taalonderwijs krijgen in een schakelklas, waarna ze weer volledig deelnemen aan het reguliere onderwijs. Er zijn drie varianten van een schakelklas:
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de schakelklassen. Zij kunnen per school een schakelklas inrichten, maar ook per wijk of stadsbreed. Afhankelijk hiervan zijn er schakelklassen voor kinderen in dezelfde leeftijd of kinderen met uiteenlopende leeftijden.
Een kopklas is bedoeld voor leerlingen die aan het eind van de basisschool door hun taalachterstand onder hun niveau presteren. Door middel van de kopklas kunnen ze een extra jaar basisonderwijs krijgen, waarna ze een betere start in het voortgezet onderwijs maken. Leerlingen die bijvoorbeeld een vwo-denkniveau hebben, maar de Nederlandse taal niet voldoende beheersen, kunnen dan na de kopklas alsnog op het vwo starten.
Gemeenten ontvangen jaarlijks financiële middelen voor voorschoolse educatie, schakel- en kopklassen en andere activiteiten die de taalontwikkeling stimuleren. De hoogte van dit bedrag is afgeleid van de 'schoolgewichten' in de betreffende gemeente. Daarnaast krijgen gemeentes middelen voor de verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van peuterspeelzalen. Basisscholen krijgen via de 'gewichtenregeling' extra geld voor de bestrijding van achterstanden. De gewichtenregeling in het basisonderwijs bepaalt hoeveel geld een basisschool jaarlijks krijgt voor het wegwerken van onderwijsachterstanden. De gewichtenregeling kent geldbedragen toe aan leerlingen op basis van het opleidingsniveau van de ouders en het postcodegebied van de school. Scholen kunnen een extra tegemoetkoming krijgen om nieuwkomers, die korter dan twee jaar in Nederland zijn en geen Nederlandse nationaliteit hebben, te begeleiden. Het aantal nieuwkomers op de school moet dan minimaal met 10 zijn gestegen ten opzichte van de vorige teldatum (1 oktober). Meer informatie: Wat is de gewichtenregeling? op Rijksoverheid.nl