
De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.
Over opvoeden gesproken (2010)
Boek met overzicht van methoden van opvoedingsondersteuning.
Opvoedingsondersteuning (2009)
Handreiking voor Centra voor Jeugd en Gezin.
Triple P
Methode van positief opvoeden die het Nederlands Jeugdinstituut verspreidt.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
|
|
De bedoeling van MIM is het zelfvertrouwen, de zelfredzaamheid en het zelfzorgvermogen van moeders met een eerste kind vergroten en hun sociale netwerk te versterken.
Het programma is gericht op moeders met een eerste kind tussen 0 en 18 maanden en dan vooral moeders met specifieke sociaal-economische kenmerken, moeders van baby's met complicaties die voor, tijdens of na de bevalling zijn opgetreden, en moeders van baby's met een handicap.
Moeders met een ruime ervaring in het opvoeden en verzorgen van kinderen, de bezoekmoeders, gaan eens per maand op bezoek bij moeders van een eerste kind en praten met hen over de opvoeding en verzorging van de baby. De bezoekmoeders worden begeleid en ondersteund door een coördinator.
Bij hun bezoeken maken de bezoekmoeders gebruik van twee hulpmiddelen: het praatpapier en beeldverhalen. Verder zijn er een handleiding en videomaterialen beschikbaar voor de coördinatoren.
Er is in Nederland een quasi-experimenteel onderzoek uitgevoerd. Daarin stonden echter niet de doelen van MIM centraal, maar die van de oorspronkelijke versie van het programma (Community Mothers Program), die niet precies dezelfde zijn. Het uitgevoerde onderzoek liet bij de programma-moeders geen duidelijke positieve effecten zien. De effectiviteit van MIM is niet aangetoond. De makers of uitvoerders voeren een buitenlandse effectstudie naar het Community Mothers Program aan, die wel positieve effecten laat zien.
Moeders Informeren Moeders (MIM) (html, printversie)
www.moedersinformerenmoeders.nl
NIZW Jeugd
Contactadres nu:
Nederlands Jeugdinstituut (NJi)
Postbus 19221
3501 DE Utrecht
Panel Jeugdgezondheidszorg en Preventie d.d. 06/06/2006
Oordeel: Theoretisch goed onderbouwd