
De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.
Over opvoeden gesproken (2010)
Boek met overzicht van methoden van opvoedingsondersteuning.
Opvoedingsondersteuning (2009)
Handreiking voor Centra voor Jeugd en Gezin.
Triple P
Methode van positief opvoeden die het Nederlands Jeugdinstituut verspreidt.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
|
|
De geboorte van een kind beïnvloedt de bestedingsmogelijkheden van ouders. De inkomsten en daarmee de koopkracht dalen omdat moeders vaak minder gaan werken. Tegelijkertijd stijgen de uitgaven omdat de zorg voor een kind geld kost. Deze pagina gaat over de kosten van de zorg voor kinderen en de uitkeringen en belastingkortingen die de overheid aan ouders verstrekt.
De geboorte van het eerste kind gaat gepaard met koopkrachtverlies. Over de omvang van dat verlies zijn verschillende gegevens bekend. Bos en Hooghiemstra (2004) noemen op basis van CBS-gegevens een gemiddelde teruggang in koopkracht van 20 procent. Niet iedereen heeft evenveel last van deze inkomensdaling. Zo heeft tien procent van de huishoudens niet te maken met dit zogenaamde 'gezinsdal'. Bij eenderde van de huishoudens daalt de koopkracht met eenderde of meer. Het Nibud (2009) meldt op basis van een enquete onder ouders dat bijna de helft van de onderzochte gezinnen na de geboorte een lager inkomen heeft. Eenderde van de ouders vindt het moeilijk om rond te komen. Een kwart van de ouders stelt dat ze niets meer aan zichzelf kunnen uitgeven. Van de ouders vindt 70 procent dat je met kinderen meer bezig bent met het plannen van je geld dan wanneer je geen kinderen hebt.
Vooral vrouwen gaan minder werken na de geboorte van het eerste kind (zie: Tijdsbesteding). Volgens Bos daalt het gemiddelde inkomen van vrouwen met 28 procent en stijgt het inkomen van mannen met 2 procent. Wat de inkomensgevolgen zijn van meer of minder werken kunnen mensen berekenen via werk + geld van het Nibud.
Volgens het CBS (2004) geven paren met één kind gemiddeld 18 procent van hun totale bestedingen uit aan hun kind. Bij twee kinderen stijgt dit percentage naar 27 procent en bij drie kinderen naar 33 procent. Volgens een onderzoek van het Nibud is 56 procent van de ouders na de geboorte van een kind meer gaan uitgeven. Slechts 12 procent is minder gaan uitgeven en 15 procent weet het niet. Het meeste extra geld gaat naar energie, kleding en uitstapjes.
Nibud vroeg ouders of ze kinderen als duur ervaren. 'Niet zo duur als altijd wordt beweerd' zegt 46 procent van de ouders. "Wel zo duur als wordt beweerd' vindt 48 procent.
De Nederlandse overheid geeft ouders op twee manieren financiële steun voor het levensonderhoud van kinderen. Ten eerste via speciale uitkeringen zoals kinderbijslag en sinds 2008 de kindertoeslag. Daarnaast ontvangen veel ouders extra kortingen op de te betalen belastingen, namelijk kinderkorting, combinatiekorting en aanvullingen daarop.
De Algemene Kinderbijslag Wet (AKW) biedt ouders een tegemoetkoming in de kosten die het opvoeden en verzorgen van kinderen tot 18 jaar met zich mee brengt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) voert de regeling uit. Ouders ontvangen kinderbijslag niet alleen voor eigen kinderen, maar ook voor een geadopteerd kind, pleegkind, stiefkind of een ander kind dat ze opvoeden en verzorgen alsof het een eigen kind is. Ouders ontvangen kinderbijslag als ze in Nederland wonen of werken. De hoogte van de kinderbijslag is afhankelijk van de leeftijd van het kind en van het feit of het kind thuis woont of uitwonend is.
Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke uitkering voor ouders. Niet alle ouders hebben er recht op. Het bedrag hangt af van het aantal kinderen en de hoogte van het gezamenlijke verzamelinkomen van de ouders.
Alleenstaande ouders kunnen een korting krijgen op de belasting die ze moeten betalen. De helft van die korting komt volgens Lok (2009) terecht bij gezinnen met een laag inkomen.
De minst verdienende partner of alleenstaande ouder - met een bepaald inkomen (in 2009 was dit minimaal een inkomen van 4.619 euro per jaar aan inkomsten uit betaald werk) - krijgt een belastingkorting. De hoogte van die korting is afhankelijk van het inkomen.
Volgens Lok (2009) ontvangen vooral midden- en hogere inkomens deze aanvullende combinatiekorting. Dit komt door de aard van deze korting. Ouders moeten voldoende inkomen uit arbeid hebben om er voor in aanmerking te komen.