
De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.
Over opvoeden gesproken (2010)
Boek met overzicht van methoden van opvoedingsondersteuning.
Opvoedingsondersteuning (2009)
Handreiking voor Centra voor Jeugd en Gezin.
Triple P
Methode van positief opvoeden die het Nederlands Jeugdinstituut verspreidt.
Bent u professional in de jeugdsector? Wij stellen uw reactie op dit dossier op prijs.
|
|
Niet alleen de geboorte van een kind is het begin van ouderschap en gezinsvorming. Ook de komst van een adoptiekind of een pleegkind kan het startpunt zijn. Hier vindt u de definitie van het gezin in het Nederlandse gezinsbeleid. Daarnaast komen diverse aspecten van ouderschap aan de orde: biologisch, juridisch, sociaal, ethisch en affectief ouderschap en zorgouderschap.
In het Nederlandse gezinsbeleid wordt sinds het verschijnen van de Notitie Gezin (1996) onder het begrip 'gezin' verstaan: 'elk leefverband van één of meer volwassenen die verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en opvoeding van één of meer minderjarige kinderen'.
Bij biologisch ouderschap is er sprake van bloedverwantschap tussen ouder en kind. Moderne voortplantingstechnieken maken het ingewikkelder om te bepalen wie de biologische ouders zijn. Is een zaaddonor een biologische ouder? Zijn draagmoeders of vrouwen die een eicel doneren dat ook? Vragen over biologisch ouderschap zijn bijvoorbeeld aan de orde bij homoparen die een kind opvoeden.
Juridisch ouderschap gaat over de rechten en plichten van het ouderschap die zijn vastgelegd in wetten. Mannen en vrouwen verkrijgen het ouderschap op verschillende manieren. De juridische moeder is de vrouw uit wie het kind geboren is of de vrouw die het kind heeft geadopteerd.
De juridische vader is:
Een rechter kan juridisch ouderschap beëindigen door ouders uit het ouderlijk gezag te zetten, bijvoorbeeld omdat zij hun kind ernstig verwaarlozen of hun ouderschap misbruiken.
Meer informatie over afstamming en ouderlijk gezag vindt u op de website van de rijksoverheid.
Onder 'sociaal ouderschap' vallen de ideeën en verwachtingen van de samenleving over ouders, ouderschap en kinderen grootbrengen. Hoek (2008) laat zien dat de Nederlandse overheid in haar beleid rond opvoedingsondersteuning ideeën uitdraagt over 'opvoedend burgerschap'. Dat wil zeggen dat de overheid van ouders verwacht dat zij hun kind opvoeden tot zelfstandige burgers die zich aan de regels houden. Wubs (2004) onderzocht ideeën van deskundigen over opvoeden. Zij stelt dat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw de ontwikkeling van het kind centraal staat in opvoedkundige boeken. Castelein (2009) wijst op de roze wolk die overheerst in de beeldvorming over zwangerschap en ouderschap. Daardoor is er weinig aandacht voor de schaduwzijden van het ouderschap, zoals lichamelijke klachten, uitputting, verwerking van de bevalling, verlies van vrijheid, en gebondenheid aan een kind.
Ouderschap is volgens Van der Pas (2003) een ethische relatie van de ouder met het kind. Dat houdt in dat de ouder beseft dat hij verantwoordelijk is voor het belang van zijn kind. Dit besef is onvoorwaardelijk, radicaal - het is alles of niets - en kent geen tijdslimiet. Veel ouders worden in de eerste weken na de geboorte overweldigd door dit besef van verantwoordelijkheid. Overheersende gedachten zijn: 'dit is mijn kind, hij gaat niet meer weg, en ik ben degene die voor hem moet zorgen'.
Affectief ouderschap heeft te maken met de persoonlijke gevoelens die een ouder voor zijn kind heeft. Als deze gevoelens positief zijn ziet een ouder zijn kind graag, houdt hij rekening met het kind en mist hij het bij afwezigheid. Maar ouders kunnen ook gemengde gevoelens hebben, bijvoorbeeld omdat ze zich soms geen raad weten met hun kind. De gevoelens van ouders kunnen zelfs ronduit negatief zijn, bijvoorbeeld als de opvoeding is vastgelopen en de ouder het gevoel heeft er voor het kind niet meer toe te doen.
Zorgouderschap gaat over de dagelijkse zorg voor een kind. Volwassenen, bijvoorbeeld pleegouders, kunnen zorgouderschap op zich nemen zonder dat zij biologisch of juridisch ouder zijn van een kind. Voorwaarde voor zorgouderschap is dat een ouder zich kan inleven in de behoeften van een kind. De ouder moet in staat zijn een onderscheid te maken tussen zijn eigen behoeften en die van een kind en zich realiseren dat het kind geen verlengstuk van hem is.