Home  > Kennis  > Dossiers  > Scheiding  > Gezinsleven > Opgroeien

De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.

Kenniskring Ouderschapsplan
Beroepskrachten delen kennis over kwaliteit ouderschapsplannen.

Ouderschap blijft
Het Nederlands Jeugdinstituut ontwikkelt een methode voor omgangbegeleiding

Relatieondersteunend aanbod (2010)
Verkennende studie naar het relatieondersteunend aanbod van CJG's.

Eindrapport Berichten van ex-partners over kindermishandeling pdf
Over afhandeling meldingen van ex-partners door AMK's.



Inge  Anthonijsz Inge Anthonijsz is expert op het gebied van echtscheiding en de gevolgen ervan voor de kinderen.

Stel een vraag


Bekijk de video
Bekijk de video 'Wat zijn de gevolgen van echtscheiding voor de kinderen?'
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Gezinsleven
Praktijk
Beleid
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Begrippen

Opgroeien

Veel veranderingen

Wanneer ouders scheiden maken kinderen per definitie een periode van veel veranderingen mee. De ene ouder gaat ergens anders wonen of het kind krijgt zelf een nieuwe woonplek samen met de andere ouder en eventuele broertjes en zusjes. Het uitgavenpatroon van het gezin verandert omdat er opeens twee woonplekken bekostigd moeten worden. Vaak krijgen ouders na een tijdje weer een nieuwe partner. Als deze ook kinderen heeft, dan zijn er ineens stiefbroertjes of - zusjes. Hoewel een scheiding het einde kan betekenen van conflicten tussen partners en in die zin een opluchting kan zijn, brengt die voor opgroeiende kinderen altijd een zekere onrust mee.

Co-ouderschap

In 74 procent van de gevallen wonen kinderen direct na de echtscheiding bij hun moeder. Slechts in 6 procent van de echtscheidingen wonen kinderen bij hun vader. In 15 procent van de gevallen hebben de ouders na de scheiding co-ouderschap. Van de scheidingsjongeren van 9 tot 16 jaar blijkt 20 procent te wonen in een co-oudersituatie. Dit zijn cijfers uit het onderzoek Scholieren en Gezinnen, uitgevoerd door de Universiteit Utrecht (Spruijt, 2010). Bij co-ouderschap is het opvoeden en het wonen van de kinderen min of meer gelijk over de ouders verdeeld. Co-ouderschap is een moderne manier van ouderschap na een echtscheiding, maar niet per se de beste regeling voor een kind. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat kinderen uit co-oudergezinnen meer dan andere kinderen van gescheiden ouders verdrietige gevoelens kennen en een herenigingswens hebben. Het co-ouderschap heeft voor het kind voordelen omdat het met beide ouders gemakkelijk contact kan onderhouden en bijvoorbeeld met beiden op vakantie gaat. Het wonen op twee plekken heeft ook nadelen omdat niet alle kinderen het prettig vinden om in twee huizen te wonen. Binnen het co-ouderschap is er een variant die birdnesting wordt genoemd. Hierbij wisselen de ouders van huis, niet de kinderen.

De periode rond de scheiding

Voor ouders maar ook voor kinderen is de periode rond de scheiding moeilijk. De spanningen in het gezin zijn vaak voelbaaar en over het algemeen creëert een scheiding een onzekere, onveilige fase in het gezinsleven. Dit kan bij kinderen gevoelens van verlies en rouw en ook schuldgevoelens oproepen. Scheiding heeft ook grote invloed op het functioneren als moeder en als vader. Er is minder aandacht voor de opvoeding en de ouder-kind relatie komt onder druk te staan.Uit onderzoek is aangetoond dat er een duidelijk verband bestaat tussen veel ouderlijke conflicten en matig opvoedend handelen. Minder goed handelen in de opvoeding leidt weer tot meer problemen bij kinderen (Spruijt, 2010).

Gevolgen op middellange en lange termijn

Na de scheidingsperiode kunnen kinderen er nog steeds gevolgen van ondervinden, zelfs tot in hun volwassenheid. Met de meeste kinderen van gescheiden ouders gaat het na verloop van tijd weer goed. Toch hebben kinderen van gescheiden ouders ongeveer dubbel zoveel problemen als kinderen uit intacte gezinnen (Spruijt, 2010). Het gaat dan om problemen als:

  • Externaliserende problemen, zoals agressief gedrag, vandalisme en bij oudere kinderen delinquent gedrag en meer roken, blowen en drinken;
  • Internaliserende problemen, zoals depressieve gevoelens, gevoelens van angst en een laag zelfbeeld;
  • Problemen op school en een lager eindniveau van de opleiding;
  • Een zwakkere band met de ouders;
  • Crimineel en riskant gedrag (Amato, 2008).

Uit onderzoek van het CBS (2008) blijkt dat vooral jongeren uit eenoudergezinnen een stapje terug doen naar een lagere schoolsoort. Bovendien blijkt dat vooral jongeren uit eenoudergezinnen een stapje terug doen naar een lagere schoolsoort.

Kinderen van gescheiden ouders trouwen later ook minder vaak dan anderen (Fischer e.a., 2005). Bovendien scheiden ze zelf ook eerder dan kinderen van niet-gescheiden ouders (Steenhof en Prins, 2005). De kans op een eigen echtscheiding is voor kinderen van gescheiden ouders tweemaal zo groot en als beide partners gescheiden ouders hebben, driemaal zo groot (Spruijt, 2010).

De invloed van conflicten

Een scheiding kan gunstig zijn voor kinderen als daardoor de langdurige chronische conflicten tussen hun ouders stoppen. Helaas is dat niet altijd het geval. Juist over de gezamenlijke opvoeding van de kinderen kunnen de conflicten na een scheiding doorgaan (zie ook: Opvoeden). Chronische conflicten tussen ex-partners vormen de grootste oorzaak van problemen bij kinderen van gescheiden ouders. Deze conflicten leiden bij kinderen vooral tot gedragsproblemen en een lager opleidingsniveau. Ook kunnen conflicten tussen gescheiden ouders eraan bijdragen dat een kind eerder het huis uitgaat. Dit blijkt zowel uit internationaal onderzoek als uit een analyse van de gegevens uit het survey Scheiding in Nederland 1998 waarin de effecten van scheidingen vanaf 1949 zijn bekeken (Fisher e.a., 2001).

Bronnen

  • Clement, C., Egten, C. van, Hoog, S de (2008). Nieuwe gezinnen. Scheidingen en de vorming van stiefgezinnen. E-Quality.
  • Graaf, A. de (2005). Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten. Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2005. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
  • Fischer, T. en Graaf, P.M. de (2001). Ouderlijke echtscheiding en de levensloop van kinderen; negatieve gevolgen of schijnverbanden?
  • Jeugd en Gezin (2009). Uit elkaar… En de kinderen dan? Verkrijgbaar via Postbus 51.
  • Mooney, A., Oliver, C. en Smith, M. (2009). Impact of Family Breakdown on Children’s Well Being. London: Department for Children, schools and families.
  • Spruijt, E. en Kormos, H. (2010). Handboek scheiden en de kinderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Steenhof, L. en Prins, K. (2005). Echtscheiding van ouders en kinderen. Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2005. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.