
De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.
Kenniskring Ouderschapsplan
Beroepskrachten delen kennis over kwaliteit ouderschapsplannen.
Ouderschap blijft
Het Nederlands Jeugdinstituut ontwikkelt een methode voor omgangbegeleiding
Relatieondersteunend aanbod (2010)
Verkennende studie naar het relatieondersteunend aanbod van CJG's.
Eindrapport Berichten van ex-partners over kindermishandeling 
Over afhandeling meldingen van ex-partners door AMK's.
Inge Anthonijsz is expert op het gebied van echtscheiding en de gevolgen ervan voor de kinderen.
Stel een vraag
|
|
Alleenstaande ouders en ouders in stiefgezinnen maken zich meer zorgen over hun kind dan ouders met tweeoudergezinnen. De achtergrond van de ouders speelt daarin wel een rol. Nederlandse ouders en ouders van Marokkaanse afkomst uit eenouder- of stiefgezinnen maken zich vaker zorgen over de ontwikkeling, het gedrag en de opvoeding van hun kind dan ouders van Turkse en van Surinaams/Antilliaanse afkomst in dezelfde situatie. JGZ-medewerkers bevestigen dat opvoedproblemen meer voorkomen in eenouder- en stiefgezinnen dan in andere gezinnen (Van Egten e.a., 2008).
In Nederland is er een groeiende tendens naar meer gelijkwaardig ouderschap. Steeds meer kinderen groeien op in co-oudergezinnen waarbij beide ouders na een scheiding samen voor hun kinderen blijven zorgen (40-60 procent van de tijd wonen de kinderen bij de moeder en de andere tijd bij de vader). Ongeveer 20 procent van de scheidingskinderen woont in co-oudergezinnen (S&G 2010). Bij co-ouderschap blijven ouders na een scheiding samen voor hun kinderen zorgen. Als er bij iedere ouder tenminste één kind op het betreffende hoofdverblijf staat ingeschreven, kunnen beide ouders bepaalde (heffings)toeslagen bij de belastingdienst aanvragen omdat er dan sprake is van een alleenstaande ouder. Dit kan dus in financieel opzicht wat extra inkomsten genereren.
Tijdens een digitale inventarisatie van E-Quality in 2009 noemden ouders de volgende knelpunten bij instanties op het gebied van huisvesting, financiën en onderwijs:
Uit een onderzoek van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit, blijkt dat een relatief groot aandeel van de ouders die hun kinderen in een eenoudergezin opvoeden, de opvoeding als zwaar beleeft (Van Egten, 2008). Dit is gebaseerd op vragenlijstonderzoek en interviews onder ouders met een kind van 4 tot 12 jaar oud. Van de ouders uit Nederlandse en Surinaams/Antilliaanse eenoudergezinnen zegt 20 procent dat ze de opvoeding vermoeiend of een zware verantwoordelijkheid vinden. Van de tweeoudergezinnen uit die groep, inclusief stiefgezinnen, vindt maar 11 procent dat. Wel springen de Turkse en Marokkaanse opvoeders er in dit verband uit: 25 procent van de Turkse en 36 procent van Marokkaanse ouders vindt het opvoeden zwaar. In deze bevolkingsgroepen zijn eenouder- en tweeoudergezinnen niet apart bekeken.
Vergeleken met andere ouders zijn lager opgeleide ouders met eenouder- of stiefgezinnen relatief ontevreden over hoe de opvoeding verloopt. Van Egten en collega’s ondervroegen hierover vooral moeders. Een op de vier laagopgeleide ouders met een eenouder- of stiefgezin is ontevreden, tegenover een op de zes ouders met een tweeoudergezin. De laag opgeleide moeders staan ook vaker voor situaties in de opvoeding waarmee ze niet mee weten om te gaan. Bovendien blijkt juist deze groep het minst hulp en advies bij het opvoeden te vragen (Van Egten e.a., 2008).
Sinds 1 januari 1998 blijven ex-partners na de scheiding officieel samen de ouders van de kinderen. Voor die tijd werden kinderen aan één van de twee ex-partners toegewezen, meestal de moeder. Tegenwoordig houden ze dus samen het ouderlijk gezag. Sinds 1 maart 2009 is een ouderschapsplan verplicht bij een formele beëindiging van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenwonen, waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn. Zie ook: Rijksbeleid
Hoe goed na de scheiding het contact van ouders met hun kinderen is, hangt af van het contact dat ze hebben met hun ex-partner. De Graaf en Fokkema (2007) geven aan dat de contactregeling direct na de scheiding een belangrijke voorspeller is van de mate van het latere contact tussen ouders en kind. Als er geen sprake is van co-ouderschap dan ziet 18 procent van de kinderen hun andere ouder helemaal niet. Het maakt geen verschil of de uitwonende ouder de vader of de moeder is. Veel gescheiden ouders zijn ontevreden over de mate van contact met hun kinderen. Hoe jonger het kind, hoe minder contact het later heeft met de uitwonende ouder. Kalmijn (2007) toont aan dat oudere gescheiden vaders minder contact hebben met en minder ondersteuning ontvangen van hun kinderen dan oudere gescheiden moeders.
Gescheiden ouders lijken een wat negatiever beeld te hebben van de relatie van hun kinderen met hun ex dan van de relatie die ze zelf met hun kinderen hebben. Van de vrouwen geeft 44 procent aan dat de relatie tussen hun kind en de vader slecht is, terwijl maar 18 procent van de mannen dit vindt. Omgekeerd noemt 70 procent van de mannen de relatie tussen hun kind en de moeder goed, tegenover 90 procent van de moeders. Dat zowel mannen als vrouwen de relatie van moeder en kind veel positiever beoordelen komt waarschijnlijk doordat kinderen in de meeste gevallen bij de moeder wonen en daardoor minder tijd met de vader doorbrengen (De Graaf, 2005).