
De Gezinswijzer
Kennis over gezinnen en gezinsbeleid.
Kenniskring Ouderschapsplan
Beroepskrachten delen kennis over kwaliteit ouderschapsplannen.
Ouderschap blijft
Het Nederlands Jeugdinstituut ontwikkelt een methode voor omgangbegeleiding
Relatieondersteunend aanbod (2010)
Verkennende studie naar het relatieondersteunend aanbod van CJG's.
Eindrapport Berichten van ex-partners over kindermishandeling 
Over afhandeling meldingen van ex-partners door AMK's.
Inge Anthonijsz is expert op het gebied van echtscheiding en de gevolgen ervan voor de kinderen.
Stel een vraag
|
|
Een ouderschapsplan is wettelijk verplicht voor alle ouders van minderjarige kinderen die een aanvraag doen voor echtscheiding, beëindiging van samenleving of geregistreerd partnerschap. Deze verplichting geldt sinds 1 maart 2009. Het ouderschapsplan moet met het verzoekschrift tot echtscheiding of ontbinding van geregistreerd partnerschap worden ingediend.
In een ouderschapsplan moet in ieder geval zijn opgenomen:
Meer informatie: Wat is het ouderschapsplan? op de website van Rijksoverheid.nl
Als er kinderen betrokken zijn bij de ontbinding van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap, dan moet de scheiding altijd via de rechter lopen. Dit geldt sinds de invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding in 2009. Sindsdien kunnen alleen gehuwden zonder kinderen nog een flitsscheiding doen.
Ex-partners kunnen eventueel via de rechter voorlopige afspraken maken totdat de scheiding officieel rond is. Omdat een scheiding zeker een aantal maanden kost, zijn er tijdelijke afspraken nodig, bijvoorbeeld over wie waar woont, wat er gebeurt met de kinderen en hoe de financiën geregeld worden. Ex-partners kunnen die afspraken onderling maken. Lukt dat niet, dan kunnen ze bij de rechter een 'voorlopige voorziening' vragen. Dat moeten ze wel via een advocaat doen.
Sinds 1 januari 1998 is een wet van kracht inzake gezamenlijk gezag en gezamenlijke voogdij. Daardoor loopt het gezamenlijk ouderlijk gezag na een echtscheiding automatisch door, tenzij één van de ouders dat niet wil en kan aantonen dat het niet in het belang van het kind is. Als een ouder geen gezamenlijk gezag meer wilt, kan aan de rechter worden gevraagd het gezag aan één ouder toe te wijzen. Als er meer kinderen zijn, bepaalt de rechter dit voor ieder kind apart. Eén van de ouders kan het verzoek indienen. Zijn beide ouders het hierover eens, dan kunnen zij gezamenlijk een voorstel doen. Ook een kind van 12 jaar of ouder kan de rechter vragen het gezag aan één van de ouders op te dragen. Bij de vaststelling van het gezag moeten kinderen vanaf 12 jaar om hun mening worden gevraagd. Bij jongere kinderen is dit niet verplicht.
Volgens de 'Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding' heeft een kind recht op 'gelijkwaardig ouderschap na scheiding'. Dit houdt in dat het kind recht heeft op gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Een rechter houdt rekening met dit recht van het kind wanneer hij een beslissing moet nemen. Dat een kind recht heeft op 'gelijkwaardig ouderschap' betekent niet dat ouders verplicht co-ouderschap moeten voeren. Co-ouderschap is een omgangsregeling waardoor beide ouders ongeveer de helft van de tijd het kind verzorgen. Bij gelijkwaardig ouderschap kiezen ouders meestal voor een regeling waardoor de kinderen voornamelijk bij de ene ouder wonen en in de weekeinden bij de andere ouder zijn.Wie wat doet en wanneer kunnen ouders in onderling overleg afspreken en vastleggen in een ouderschapsplan.
Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding
Als ouders onderling geen afspraken kunnen maken over hoe ze na de scheiding met de kinderen omgaan, dan beslist de rechter. De rechter kan advies vragen aan de Raad voor de Kinderbescherming.
Als één van de ex-partners niet helemaal in zijn levensonderhoud kan voorzien, heeft de ander de plicht om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud. Deze alimentatieplicht geldt voor getrouwde en geregistreerde partners, ex-partners en ouders en kinderen. De alimentatieplicht houdt op als de ex die alimentatie krijgt, met een ander trouwt, gaat samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat. Elk jaar wijzigen de lonen. Daarom worden ook jaarlijks de alimentatiebedragen aangepast. Dit heet indexering van alimentatie. De minister van Veiligheid en Justitie stelt elk jaar in november een percentage vast waarmee alle bedragen voor partneralimentatie en kinderalimentatie op 1 januari van het nieuwe jaar automatisch wijzigen.
Onderhoudsplicht voor beide ouders blijft bij gezamenlijk ouderschap. Ook als het gezamenlijk gezag ophoudt en de rechter het gezag toewijst aan de ex-partner, blijft onderhoudsplicht bestaan.
Ouders zijn wettelijk verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen tot zij 21 jaar zijn. Als ouders uit elkaar gaan, moeten ze voor het onderhoud van de kinderen een financiële regeling afspreken. De gemaakte afspraken komen in een ouderschapsplan te staan. De alimentatieplicht voor kinderen geldt tot het kind 18 jaar wordt. Daarna geldt een voortgezette financiële verplichting om in de kosten van levensonderhoud en studie te voorzien, tot het kind 21 jaar wordt. Er kunnen redenen zijn om minder alimentatie te betalen bij studiefinanciering en inkomen. De ouders kunnen in onderling overleg een afspraak maken over de hoogte van de alimentatie voor de kinderen. De rechter geeft een oordeel over het bedrag. Slagen ouders er niet in om afspraken te maken over de kinderalimentatie dan stelt de rechter het bedrag vast. Dit bedrag is gebaseerd op het rapport Alimentatienormen van de Nederlandse Vereniging van de Rechtspraak, ook wel tremarapport genoemd.
Volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding hebben ex-partners beiden recht op een gelijk deel van het ouderdomspensioen dat zij tijdens hun huwelijk hebben opgebouwd. Ze kunnen ook samen een andere verdeling afspreken (voor meer informatie zie Postbus 51).