Kennis
Zoek

Reacties op dit dossier
Er zijn 3 reacties

Uw reactie Uw reactie
Stel een vraag Stel een vraag
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergronden
Beleid
Gezinsleven
Praktijk
Onderzoek
Literatuur
Agenda
Links
Begrippen
Reacties
Publicaties NJi
Ouderschap blijft: methodiek voor omgangsbegeleiding

Cijfers

Achttienduizend echtscheidingen met kinderen 

Het aantal echtscheidingen waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn, lag in 2008 iets boven de achttienduizend. Dat is ruim de helft van alle echtscheidingen (CBS, 2009). De ontbindingen van andere samenlevingsrelaties zijn niet meegeteld. Figuur 1 laat de trend in echtscheidingen tussen 1996 en 2008 in Nederland zien. 

In de jaren zeventig en tachtig nam het aantal scheidingen in Nederland enorm toe. De laatste jaren is het aantal scheidingen redelijk stabiel. In het jaar 2001 was er wel een piek en vervolgens een lichte afname. Deze afname wordt grotendeels gecompenseerd door een toename van het aantal zogenaamde 'flitsscheidingen' (Alders en Harmsen, 2004). Deze vorm van scheiden is pas mogelijk sinds april 2001.

Figuur 1: Trend in echtscheidingen met en zonder kinderen tussen 1996 en 2008 

Bron: CBS, 2009.

Vijftig- tot zestigduizend kinderen in Nederland 

Jaarlijks zijn zo'n vijftig- tot zestigduizend kinderen bij een scheiding betrokken. Ongeveer 35.000 kinderen hebben te maken met een huwelijksontbinding, ongeveer 5.000 kinderen met een flitsscheiding en ongeveer 18.000 kinderen met beëindiging van een samenlevingsrelatie. Dit blijkt uit een analyse van cijfers het Onderzoek Gezinsvorming 2003, OG2003, en uit de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (De Graaf, 2005).

Zeker 15 procent van de kinderen 

Minstens 15 procent van de kinderen in Nederland maakt een scheiding mee. Recente cijfers ontbreken, maar uit onderzoek blijkt dat 14 procent van de Nederlanders die geboren zijn tussen 1970 en 1979, als kind een scheiding heeft meegemaakt. Sindsdien is het aantal scheidingen alleen maar toegenomen. Daarom mogen we ervan uitgaan dat dit percentage niet is gedaald (Gezinnen van de toekomst, 2008). Van de volwassenen scheidt ongeveer 21 procent van een partner: 17 procent een keer en 4 procent vaker. Dit blijkt uit onderzoek van Dykstra en Komter (2004) op basis van interviews met duizenden 18- tot 79-jarigen.

Eén op de drie huwelijken

Van de huwelijken strandt ongeveer een op de drie (CBS). Tegenwoordig komt echtscheiding meer voor bij lager opgeleiden dan bij hoger opgeleiden. Vroeger was het omgekeerde het geval. Misschien is de verklaring dat ongehuwd samenwonen meer voorkomt, vooral bij hoger opgeleiden. Onderzoekers verklaren het verschil in scheiding tussen hoger en lager opgeleiden ook wel eens uit de betere communicatieve vaardigheden van hoger opgeleiden waardoor die beter in staat zijn conflicten samen op te lossen (De Graaf en Kalmijn, 2006).

Hoger echtscheidingscijfer onder migranten

Gemiddeld is het echtscheidingscijfer onder migranten hoger dan onder autochtonen. Dit komt vooral door echtscheiding van niet-westerse allochtone mannen en autochtone vrouwen. In het bijzonder huwelijken tussen Turkse en Marokkaanse mannen van de eerste generatie migranten en Nederlandse vrouwen hebben een grote kans op een echtscheiding uit te lopen. Uit de cijfers over 2001 blijkt dat van deze huwelijken respectievelijk 68 procent en 74 procent na tien jaar ontbonden is, tegenover 17 procent van de huwelijken tussen Nederlanders. Afgaande op CBS-cijfers lijken de huwelijken tussen twee immigranten van de eerste generatie stabieler te zijn dan huwelijken tussen een immigrant uit de eerste en uit de tweede generatie. Bij migranten van Surinaamse afkomst ligt dat anders. In deze groep komen juist meer scheidingen voor onder de eerste generatie migranten (Boekhoorn en De Jong, 2008). 

Net zo vaak als andere Europeanen

In Nederland waren er in 2005 twee scheidingen per duizend inwoners. Dat is net zoveel als in de hele Europese Unie. Landen als Tsjechië en Litouwen voeren de lijst aan met meer dan drie scheidingen per duizend inwoners. Italië en Ierland staan onderaan de lijst met 0,8 scheidingen. Dit blijkt uit cijfers van Eurostat (Eurostat, augustus 2009).

Nederlanders langer getrouwd 

Voordat ze scheiden zijn Nederlanders gemiddeld twaalf jaar getrouwd. In 2005 was dat langer dan in de meeste andere OESO-landen. (OESO-landen zijn vooral landen met een hoge welvaart). Zwitsers zijn nog langer getrouwd dan Nederlanders, want die scheiden gemiddeld na dertien jaar huwelijk (OECD, december 2008). Het verschil in huwelijksduur is het grootst tussen Nederland en de Verenigde Staten. Amerikanen zijn ongeveer acht jaar getrouwd voorafgaand aan de scheiding.

Bronnen

Alders, M. en Harmsen, C. (2004). Bijna 5 duizend flitsscheidingen in 2003. Den Haag: CBS. Bevolkingstrends, 3e kwartaal 2004. p. 64-66.

Boekhoorn, P. en De Jong, T. (2008) Gezinnen van de toekomst. Cijfers en trends. Den Haag, E-Quality.

Dykstra, P. en Komter, A. (2004). Hoe zien Nederlandse families eruit? DEMOS Jaargang 20, nr. 10; p.74-78.

Eurostat (geraadpleegd in augustus 2009).

Graaf, A. de (2005). Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten. Den Haag: CBS. Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2005. p. 40-46.

Graaf, P.M. de en Kalmijn, M. (2006). Change and stability in the social determinants of divorce: a comparison of marriage cohorts in the Netherlands. European Sociological Review Advance Access published August 18, 2006.

Huis, M. van en Steenhof, L. (2003). Echtscheidingskansen van allochtonen: specifieke groepen. Den Haag: CBS. Bevolkingstrends, 1e kwartaal 2003. p. 54-57.

OECD Family Database. SF8: marriage and divorce rates  pdf