
Seksualisering, reden tot zorg? (2009)
Rapport over de invloed van seksualisering op jongeren.
Jongeren, media en seksualiteit (2007)
Onderzoek naar de invloed van media op seksueel gedrag van jongeren.
Kenniskring Media-opvoeding
Ontwikkelt een product dat ouders helpt bij media-opvoeding.
Peter Nikken is specialist op het gebied van jeugd, media en opvoeding.
Stel een vraag
|
|
In Nederland is vooral het onderzoekscentrum Jeugd en Media van de Universiteit van Amsterdam actief in het vaststellen van effecten van de media op kinderen. Het onderzoekscentrum is internationaal bekend als Center for research on Children, Adolescents and the Media (CcaM). Hier vindt u diverse meetinstrumenten die de onderzoekers van CcaM hebben ontwikkeld.
Voor zover bekend zijn er twee wetenschappelijk gefundeerde instrumenten om compulsief gamegedrag bij jongeren vast te stellen (Lemmens, Valkenburg en Peter 2009; Van Rooij, 2011). Deze meetinstrumenten zijn gebaseerd op de criteria voor gokverslaving in het psychiatrisch handboek 'DSM-IV-TR'. Door zelfrapportage wordt gemeten in welke mate een jongere voldoen aan verslavingscriteria, zoals: aantrekkingskracht, tolerantie, stemmingswisseling, terugval, ontwenningsverschijnselen, conflicten met de omgeving en problemen met zichzelf. Beide instrumenten hebben een hoge construct- of begripsvaliditeit, dat wil zeggen dat zij ondersteund worden door de onderliggende theorie.
Meer informatie over het meetinstrument van Lemmens en collega's vindt u op de website van CcaM. De onderbouwing van het meetinstrument van Van Rooij staat in zijn proefschrift.
Ook hebben de onderzoekers van CcaM een meetinstrument ontwikkeld om bij kinderen vast te stellen in hoeverre zij bang worden van beelden op televisie. Er wordt onderzocht hoe bang kinderen worden van interpersoonlijk geweld, oorlogen en lijden, rampen en ongelukken, en fantasiefiguren. Meer informatie over dit onderzoeksinstrument vindt u op de website van CcaM.
Het meetinstrument 'Geruststellingsstrategieën bij televisieveroorzaakte angst' is door CcaM ontwikkeld om vast te stellen in hoeverre kinderen verschilende technieken toepassen om zichzelf gerust te stellen (Valkenburg, Cantor en Peeters 2000). Er zijn vier manieren waarop kinderen hun angsten bij het tv-kijken in bedwang houden: fysieke interventie (bijvoorbeeld handen voor de ogen houden), cognitieve geruststelling (hardop zeggen dat het niet echt is), sociale steun zoeken (bij de ouders op schoot gaan zitten) en escape (de televisie uitdoen of een ander net opzoeken).
Meer informatie over de verschillende vormen van geruststelling die kinderen gebruiken vindt u op de website van CcaM.
Het effect van reclames op de houding van kinderen om veel te willen hebben kan worden vastgesteld met een vragenlijst over materialisme (Buijzen en Valkenburg 2003). De Nederlandse vragenlijst 'Materialisme' is een aangepaste versie van een buitenlands meetinstrument van materialisme bij jongeren. U vindt de vragenlijst op de website van CcaM.
Verder bestaan er diverse meetinstrumenten om na te gaan in welke mate ouders het mediagebruik van hun kinderen begeleiden bij verschillende media of verschillende genres (Koolstra en Lucassen 2004; Nikken en Jansz 2006; Valkenburg, Krcmar, Peeters en Marseille 1999). Globaal meten al deze instrumenten de zelfde strategieën: restrictieve begeleiding, actieve begeleiding en gezamenlijke mediabeleving. Maar er zijn wel inhoudelijke verschillen. Zo is het bijvoorbeeld nog onduidelijk of, bij actieve begeleiding, uitleg geven bij een tv-programma of game van dezelfde orde is als het kritisch bespreken van bepaalde beelden (Nikken en Jansz 2006). Gericht onderzoek om tot verfijnde meetinstrumenten te komen is gewenst. Ook is het gewenst dat de ouderlijke begeleiding bij internet beter in kaart komt.