
De onafhankelijke Erkenningscommissie Interventies bepaalt uiteindelijk welke interventies een plaats in de databank verdienen omdat zij theoretisch goed onderbouwd zijn. Maar interventies worden niet direct aan de commissie voorgelegd. Het Nederlands Jeugdinstituut en de Centra Gezond Leven en Jeugdgezondheid van het RIVM selecteren eerst welke interventies in aanmerking komen om door de erkenningscommissie te worden beoordeeld. Daarna kijken zij samen met de ontwikkelaar of licentiehouder of de interventie voldoende beschreven en onderbouwd is om een kans op erkenning te maken.
Selectie op inclusiecriteria
De eerste stap bestaat uit het bepalen of de interventie voor bestudering in aanmerking komt. Dat gebeurt aan de hand van vier zogenaamde inclusiecriteria. Als de interventie niet aan een van deze criteria voldoet, wordt de procedure niet voortgezet.
1. Er is informatie beschikbaar...
Er is documentatie over de interventie die informatie bevat over het doel en de doelgroep. Er is een Nederlandse handleiding of protocol. Mogelijk zijn er Nederlandse gegevens over onderzoek, evaluatie of ervaring. Er dient ook een persoon of organisatie te zijn die informatie kan geven over de interventie.
2. en het gaat om interventies...
Het moet gaan om een doelgerichte en planmatige activiteit die afwijkt van wat gangbaar is voor de doelgroep. Een gewoon kringgesprek op de basisschool is bijvoorbeeld geen interventie.
3. die risico's of problemen verminderen…
De interventie moet als belangrijkste doel hebben problemen van jeugdigen en hun opvoeders te verminderen, mogelijke problemen te voorkomen of de ontwikkeling te stimuleren. De interventie wordt toegepast bij een kind of jongere, zijn opvoeders of de opvoedingsomgeving. Dit kan ook positief geformuleerd worden: het gaat om interventies die beogen competent gedrag te bevorderen of de kwaliteit van de opvoedingsomgeving te verbeteren.
4. bij kinderen en jongeren.
De doelgroep bestaat uit jeugdigen van -9 maanden tot 18 jaar. Uitloop is mogelijk tot 24 jaar. Bij interventies die gericht zijn op de opvoeders en/of de omgeving moet uit de documentatie blijken dat ze uiteindelijk effect dienen te sorteren bij kinderen of jongeren.
Erkenningscriteria
Interventies die voldoen aan deze inclusiecriteria, maken alleen een kans op erkenning als de beschrijving en onderbouwing van voldoende kwaliteit zijn. Het Nederlands Jeugdinstituut en de RIVM Centra Jeugdgezondheid en Gezond Leven controleren op deze criteria en helpen bij het verbeteren van de kwaliteit van de beschrijving. Is de beschrijving (uiteindelijk) van voldoende kwaliteit, dan kan de ontwikkelaar of licentiehouder een beoordeling aanvragen bij de Erkenningscommissie Interventies. Het is aan de ontwikkelaar of licentiehouder om te besluiten een beoordeling door de erkenningscommissie aan te vragen. Medewerkers van de genoemde kennisinstituten kunnen de ontwikkelaar of licentiehouder adviseren de interventie eerst verder te ontwikkelen alvorens een beoordeling aan te vragen.
Om beoordeeld te kunnen worden moet de interventie beschreven zijn op een speciaal daarvoor bestemd werkblad. U vindt het werkblad bij Beschrijving interventie. De interventiebeschrijving kan alleen met toestemming van de ontwikkelaar of licentiehouder door het Nederlands Jeugdinstituut of het RIVM bij de erkenningscommissie worden ingediend.
In het dossier Effectiviteit van jeugdinterventies vindt u de beoordelingscriteria.