|
Reacties op dit dossier |
|
|
Het Nederlandse beleid rond multiprobleemgezinnen is voornamelijk gericht op de coördinatie van zorg, aandacht voor moeilijk bereikbare gezinnen en preventie door het tijdig signaleren van problemen. Kort samengevat zijn de belangrijkste ontwikkelingen die de afgelopen jaren in het overheidsbeleid hebben plaatsgevonden:
Eén gezin, één plan
Bij multiprobleemgezinnen zijn soms wel twintig instanties betrokken. Minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin wil er met het principe 'Eén gezin, één plan' voor zorgen dat de verschillende hulpverleners die bij een kind of een gezin betrokken zijn, samen een plan opstellen.
Meer informatie
Coördinatie van zorg
Een goede coördinatie van de zorg is nodig om duidelijkheid te scheppen over de verantwoordelijkheden die de betrokken beroepskrachten hebben voor verschillende onderdelen van de hulp. Daarmee is te voorkomen dat die beroepskrachten langs elkaar heen werken. Gemeenten en provincies hebben voor die coördinatie van zorg elk hun eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Afhankelijk van het indicatiebesluit wordt de coördinatie van zorg toegewezen aan een bureau jeugdzorg, een gezinsvoogd of de gemeente.
Meer informatie
Omslag naar preventie
Minister Rouvoet laat in zijn beleidsagenda voor 2009 weten dat hij problemen van kinderen en gezinnen zo vroeg mogelijk wil opsporen en verhelpen om te voorkomen dat later zwaardere problemen ontstaan. De Centra voor Jeugd en Gezin, waarvan elke gemeente er in 2011 één moet hebben, krijgen een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren van problemen. Ook worden risico's sneller gesignaleerd door de landelijke invoering van het digitaal dossier jeugdgezondheidszorg en de Verwijsindex risicojongeren.
Moeilijk bereikbare gezinnen
Tot de multiprobleemgezinnen behoren onder andere zogenaamde risicogezinnen. Dat zijn gezinnen waarin kinderen een vergrote kans hebben om te ontsporen of ontwikkelingsproblemen te krijgen. In deze gezinnen is vaak sprake van meervoudige problematiek, problemen met gezinsmanagement en gevoelens van onmacht. Risicogezinnen mijden vaak het contact met de zorg en zijn dikwijls van allochtone afkomst. Het beleidsprogramma 'Diversiteit in het jeugdbeleid' richt zich op het eerder en beter bereiken van deze gezinnen. Een andere groep gezinnen waarvan de problemen vaak laat gesignaleerd worden zijn gezinnen met kinderen met een lichte verstandelijke handicap, de zogenoemde LVG-jeugd. Om de zorg voor deze gezinnen toegankelijker te maken gaat de indicatiestelling voor de LVG-jeugd in 2009 over naar bureau jeugdzorg.
Meer informatie
Outreachende hulpverlening
Vaak zijn gezinnen moeilijk bereikbaar omdat zij zelf hun problemen niet herkennen of ze negeren. Om dat te verhelpen is in de Wet op de jeugdzorg een vernieuwende hulpverleningsaanpak voor bureau jeugdzorg geïntroduceerd, de 'outreachende' werkwijze. Die werkwijze houdt in dat bureau jeugdzorg actief moet reageren op signalen dat bepaalde kinderen of jongeren mogelijk problemen hebben. Medewerkers van bureau jeugdzorg moeten niet afwachten tot een cliënt zich aanmeldt, maar na zorgmeldingen van derden uit eigen beweging contact zoeken met het gezin om hulp aan te bieden.
Meer informatie