
Erik Jan de Wilde is expert op het gebied van depressie en andere emotionele problemen van jongeren.
Stel een vraag
|
|
De depressieve stoornis valt volgens de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV) in de categorie stemmingsstoornissen. Kenmerkend voor een depressieve stoornis is een aantal specifieke stemmingsklachten, zoals rusteloosheid, een verminderd gevoel van eigenwaarde en concentratieproblemen, in combinatie met een langere periode van geen interesse of plezier in gewone dagelijkse activiteiten en of van langdurige neerslachtige gevoelens.
Typering van depressie en andere stemmingsstoornissen
De depressieve stoornis wordt in de DSM-IV onderscheiden van andere aanverwante stemmingsstoornissen, zoals de dysthyme stoornis, de depressieve stoornis Niet Anders Omschreven (NAO) en de bipolaire stoornis.
De diagnose van depressie en andere stemmingsstoornissen gebeurt op basis van zogenoemde stemmingsepisodes. De typering hangt af van de duur, de eventuele herhaling en de intensiteit van die episodes. Zo kan een stemmingsstoornis eenmalig zijn of steeds terugkeren en een zeer intensief of minder heftig beloop hebben.
De dysthyme stoornis kent een minder intensief, maar langduriger klachtenpatroon dan de depressieve stoornis.
Voor de depressieve stoornis en de bipolaire stoornis zijn vooral de depressieve en manische episode van belang. Wanneer bij een stemmingsstoornis een combinatie van een depressieve en een manische episode optreedt, dan heet dat een 'gemengde' episode.
Wanneer de intensiteit van de stemmingsstoornis wel manisch is, dus overmatig emotioneel, impulsief of prikkelbaar, maar de duur zo beperkt is dat er geen duidelijke beperkingen zijn in het sociaal functioneren kan er sprake zijn van een 'hypomane' episode.