|
Reacties op dit dossier |
|
|
Het doel van het project 'Ontwikkeling databank bij- en nascholing' is een overzicht te bieden van het aanbod van na- en bijscholing in de jeugdzorg. De databank moet een beeld geven van het - op kwaliteit beoordeelde - ingekochte en zelf ontwikkelde scholingsaanbod. Daarvoor voerde het Nederlands Jeugdinstituut in 2007 een inventarisatie uit onder de bureaus jeugdzorg en de aanbieders van jeugdzorg (met uitzondering van de justitiƫle inrichtingen).
Beroepskrachten volgen bijna vijf bij- of nascholingen
In totaal beschrijven de bureaus jeugdzorg en de zorgaanbieders 131 bij- en nascholingen, een gemiddelde van bijna vijf per respondent. De bureaus jeugdzorg kopen evenveel scholingen in als dat ze zelf (laten) ontwikkelen. Voor de aanbieders van jeugdzorg is dat minder dan de helft. De inventarisatie maakt duidelijk dat zorgaanbieders en bureaus jeugdzorg vooral scholingen (laten) uitvoeren die niet langer dan vijf dagen duren.
Deelnemers en onderwerpen
De deelnemers werken in uitvoerende functies, zoals ambulant hulpverleners, groepsleiders, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders. Gedragswetenschappers worden een enkele keer als deelnemer genoemd. Zij maken dan deel uit van de staf of een groep medewerkers waarop de scholing zich richt. Belangrijke onderwerpen die aan bod komen zijn: het omgaan met agressie, het werken met ouders (aanbieders van jeugdzorg) of wetgeving (bureaus jeugdzorg).
Erkenning
Bijna een kwart van het ingekochte scholingsaanbod beschikt over een of andere vorm van erkenning. Dit houdt in dat de opleiding wordt aangeboden door een CEDEO-erkend opleidingsinstituut, dat het gaat om een registeropleiding (een post-hbo-opleiding, erkend door de Stichting Post Hbo) of om een door een beroepsvereniging geaccrediteerde scholing.
Scholing op maat
Opvallend is dat de bureaus jeugdzorg en aanbieders van jeugdzorg veel belang hechten aan een aanbod op maat, dat zij zelf ontwikkelen en uitvoeren. Zij doen daarvoor een beroep op de deskundigheid van eigen medewerkers, ook bij de uitvoering. Als zij een scholing inkopen gebeurt dat omdat ze de specifieke kennis waarover de aanbieder van de scholing beschikt zelf 'niet in huis hebben'.
Meer zelfontwikkelde scholingen erkennen
Voor beroepsverenigingen is de omvang van het functiegerichte, en vooral zelfontwikkelde bij- en nascholingsaanbod een factor om rekening mee te houden. Het Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk werkers (BAMw) accrediteert het scholingsaanbod voor beroepskrachten die geregistreerd zijn bij de beroepsverenigingen Phorza en NVMW.
Het BAMw accrediteert ook het door instellingen zelf ontwikkelde aanbod, als dat gericht is op de kerntaken van maatschappelijk werkers of sociaal agogen. Tot nu toe bieden jeugdzorginstellingen hun zelfontwikkelde bij- of nascholing nauwelijks aan ter accreditatie, maar voor een toename van het aantal geregistreerde professionals in de jeugdzorg is dat wel nodig.
Bron
Beek, M. van. (2008), TOP ZES van bij- en nascholing. Een inventarisatie onder bureaus jeugdzorg en aanbieders van jeugdzorg
.Utrecht, Nederlands Jeugdinstituut.