Kennis
Zoek

Reacties op dit dossier

Uw reactie Uw reactie
Stel een vraag Stel een vraag
Print Print pagina of dossier

Print deze pagina

Print het complete dossier

Of print een selectie
Nieuws
Achtergrond
Beleid
Praktijk
Actieplan
Agenda
Literatuur
Links
Begrippen
Publicaties NJi
Reacties

Kenmerken van professionalisering

Professionalisering van de jeugdzorg is een continu en dynamisch proces dat gericht is op het uitdiepen en verbeteren van het beroep en op het verbeteren van de kwaliteit van de hulpverlening aan de cliënt (Van Dam en Vlaar 2007).

Het beroep
Op het niveau van het beroep verwijst 'professionalisering' naar een proces van beroepsvorming, waarin het beroep steeds meer voldoet aan specifieke kenmerken die zijn ontleend aan andere beroepen die volledig geprofessionaliseerd zijn.
De kenmerken van geprofessionaliseerde beroepen zijn:

  • de beroepsgroep beschikt over een 'body of knowledge': een geheel van systematisch geordende en samenhangende, overdraagbare kennis en methodieken, instrumenten en technieken;
  • er is een specifiek deskundigheidsdomein, met maatschappelijke en liefst wettelijke erkenning en een vorm van beroepsregistratie;
  • er is een beroepsvereniging;
  • er bestaat een ethische beroepscode en beroepsideologie met belonings- en sanctiesystemen;
  • er is sprake van een zekere mate van professionele autonomie;
  • de beroepsgroep heeft controle op toegang tot de arbeidsmarkt, en
  • de beroepsgroep heeft controle op de inhoud van de beroepsopleiding en de toegang daartoe.

De professional
Op het niveau van de professional verwijst 'professionalisering' naar het individuele proces waarin beroepsbeoefenaren hun kennis, vaardigheden en houding ontwikkelen. Dit wordt ook wel professionele ontwikkeling of deskundigheidsbevordering genoemd en is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van het werk (Kwakman 2003).

Over wat iemand tot een professional maakt bestaan vele opvattingen. Van der Laan (2007) onderscheidt drie hoofdbestanddelen van professionaliteit:

  • opleidingsniveau: het resultaat van opleiding, training, supervisie en intervisie en daarmee ook het beschikken over de juiste competenties en kennis;
  • werkomstandigheden: de caseload (aantal cliënten) en faciliteiten als interne communicatie, financiële middelen (inclusief beloning) en materiële en immateriële ondersteuning, en
  • ethische normen en protocollen: opvattingen, houding, waarnemingen, normen en waarden van ethische aard, en ervaringen met de werksoort, de jongeren, hun ouders en hun problemen.

Bronnen
Dam, C. van, & Vlaar, P. (2007). Quick scan beroepsverenigingen sociaal agogisch werk. Utrecht: Movisie beroepsontwikkeling i.s.m. NVMW en Phorza.

Kwakman, K. (2003). Anders leren, beter werken. Lectorale rede Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Laan, P.H. Van der (2007). Professionaliteit als basis voor kwaliteit en effectiviteit van Jeugdzorg. Suggesties en overwegingen voor een plan van aanpak. Amsterdam/Leiden: Universiteit van Amsterdam en NSCR.