
Databank Effectieve Jeugdinterventies
Met beschrijvingen van erkende interventies voor preventie en behandeling.
55 vragen over effectiviteit
Rapport met antwoorden van het Nederlands Jeugdinstituut.
Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdzorg Nederland
Project van het Nederlands Jeugdinstituut met bijna dertig jeugdzorginstellingen.
Tom van Yperen, bijzonder hoogleraar bij de Universiteit Utrecht, is expert op het gebied van effectiviteit.
Stel een vraag
|
|
Wanneer is het effect dat in een onderzoek is aangetoond de moeite waard? Drie factoren zijn belangrijk bij het beantwoorden van die vraag: de statistische significantie, de klinische significantie en de effectgrootte.
Statistische significantie
Tot voor kort werd het effect van een interventie vooral uitgedrukt in een statistisch significant verschil tussen een voor- en een nameting of tussen een nameting in een experimentele en een controlegroep. Een verschil is statistisch significant als de kans klein is dat het door toeval is ontstaan. In een onderzoeksrapport staat bijvoorbeeld dat na de interventie de gemiddelde risicoscore van de interventiegroep 21 punten lager is dan die van de controlegroep en dat dit verschil een significantie heeft van p=0.05. 'P' staat voor 'probability', ofwel waarschijnlijkheid. Bij p=1 is het waarschijnlijk dat het gevonden verschil op toeval berust. Hoe dichter p uitkomt bij 0, hoe groter de kans dat het verschil een gevolg is van de interventie. Onderzoekers gebruiken vaak p=0.05 als grens: als p kleiner is dan 0.05 is het verschil significant.
Een probleem bij deze aanpak is dat grote verschilscores in kleine groepen vaak statistisch niet significant zijn. En bij grote groepen kunnen kleine verschillen weliswaar als significant uit de bus komen, maar praktisch gezien weinig waarde hebben.
Klinische significantie
Omdat de statistische significantie van een verschil niet altijd relevant is, kijken onderzoekers vaak ook naar de klinische significantie. Ze gaan na bij hoeveel cliënt na de interventie het risico is verdwenen, het probleem is opgelost of de situatie weer normaal is. Hoe meer cliënten na een interventie 'genezen' zijn, hoe effectiever de interventie.
Effectgrootte
De laatste jaren rapporteren onderzoekers vaak ook de zogeheten effectgrootte, ofwel 'effectsize' (ES), in hun onderzoeken en metastudies. De effectgrootte is een indexcijfer dat aangeeft in hoeverre het gevonden verschil afwijkt van de waarde 0, waarbij er geen verschil is.
Toepassing effectgrootte
Het indexcijfer voor effectgrootte wordt in het algemeen op twee manieren toegepast:
De verwachting is dat ook in de praktijk van de jeugdzorg de effectgrootte een steeds belangrijkere maatstaf zal worden. Daarom vindt u hier een gedetailleerde uitleg over de effectgrootte.
Overigens zijn voor het beoordelen van een interventie niet alleen de factoren statistische significantie, klinische significantie en effectgrootte belangrijk, maar ook de kosteneffectiviteit. Elders in dit dossier vindt u meer informatie over kosteneffectiviteit.