Home  > Kennis  > Databanken  > Effectieve jeugdinterventies  > Over de databank > Welke interventies?

Vindt u wat u zoekt? Voldoet de informatie? Doe mee met het gebruikersonderzoek en maak kans op een boekenbon!
Geef uw mening

Effectieve Jeugdzorg (SEJN)
Bijna dertig instellingen werken samen aan een effectievere jeugdhulpverlening.


%fullname% Gert van den Berg is secretaris van de databank Effectieve Jeugdinterventies.

Stel een vraag

Welke interventies?

De databank Effectieve Jeugdinterventies bevat informatie over interventies voor kinderen, jongeren (tot 23 jaar), hun ouders en de opvoedingsomgeving die ofwel theoretisch goed zijn onderbouwd, ofwel waarschijnlijk dan wel bewezen effectief zijn volgens wetenschappelijk onderzoek. De beoordeling van de effectiviteit gebeurt door een commissie van onafhankelijke deskundigen. Voor niet justitiële interventies is dat de Erkenningscommissie Interventies, voor justitiële jeugdinterventies de Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie.

De term 'interventies' is een verzamelnaam voor programma's, projecten, trainingsmethoden, behandel- en begeleidingsvormen, sancties etc.
Het gaat om een aanpak die:

  • gericht is op de vermindering, de compensatie of  het draaglijk maken van een risico of een probleem in de ontwikkeling van een jeugdige dat een gezonde, evenwichtige uitgroei tot volwassenheid (mogelijk) belemmert;
  • bestemd is voor een doelgroep die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een of meer van deze risico's of problemen;
  • geleid wordt door een theoretisch en praktisch weldoordachte, doelgerichte en systematische werkwijze (een 'methodiek');
  • gericht is op de jeugdige zelf, zijn opvoeders en/of zijn opvoedingsomgeving;
  • afgebakend is in de tijd, met een nader omschreven tijdsduur en frequentie.

Kort gezegd gaat het om interventies die als doel hebben de psychische, sociale, cognitieve en lichamelijke ontwikkeling van jeugdigen (-9 maanden tot 23 jaar) te bevorderen. Deze worden uitgevoerd en toegepast door:

  • algemene gezondheidszorg (voor zover het de hulp betreft bij psychosociale en cognitieve problemen en psychische en pedagogische hulp voor langdurig zieke kinderen), jeugdgezondheidszorg (uniform en maatwerkdeel);
  • pedagogische basisvoorzieningen: ontwikkelingsstimuleringsprogramma's voor jonge kinderen en overige interventies in kinderopvang, peuterspeelzalen, VVE;
  • jeugdwelzijnswerk (kinderwerk; jongerenwerk, sportbuurtwerk, jongereninformatiepunten), brede school, arbeidstoeleiding;
  • onderwijs (voor zover het zorg- en welzijngerelateerde interventies en programma's voor psychosociale en gezondheidsproblemen betreft);
  • opvoed- en opgroeihulp: lichte pedagogische (en soms corrigerende) interventies voor jeugdigen en ouders, uitgevoerd door eerstelijns pedagogen en psychologen, jeugdmaatschappelijk werk, opvoedingsondersteuning, preventieprogramma's, HALT en uitvoerders van taak- en leerstraffen;
  • jeugdzorg: raden voor de kinderbescherming, bureaus jeugdzorg (incl. gezinsvoogdij en jeugdreclassering), provinciale jeugdzorg, jeugd-GGZ, LVG-zorg, justitiële jeugdinrichtingen.

Het is geen sinecure om een overzicht te krijgen van alle programma's, projecten, begeleidingsvormen en trainingen die er in Nederland bestaan voor kinderen, jongeren en hun opvoeders. Namen van interventies lijken soms veel op elkaar. Ook zijn er interventies die van naam verschillen maar verder als twee druppels water op elkaar lijken. Daar komt nog bij dat het aantal interventies zo groot is dat het vrijwel onbegonnen werk is om elke variant apart te beschrijven, laat staan te onderzoeken op effectiviteit. Hoe is hierin enige orde te scheppen zodat voor de databank een overzichtelijk geheel ontstaat?

Niveau van beschrijven: specifieke interventievormen
Er bestaan vele mogelijkheden om interventies onder te verdelen in overzichtelijke groepen. Zo kan het type probleem waarvoor de interventie bedoeld is een leidraad zijn, zoals programma's voor bestrijding van taalachterstanden of voor het omgaan met ADHD. De locatie waar de hulp plaatsvindt kan een onderscheidend criterium zijn: thuis, ambulant, poliklinisch of intern in een instelling. Daarnaast biedt de duur van de hulp een indelingsmogelijkheid: korte versus langerdurende programma's. 

Ook wat de aanpak betreft kan een interventie tot een bepaalde groep, familie of type gerekend worden. Zo is er opvoedingsondersteuning, crisishulp, intensieve pedagogische thuishulp, psychotherapie, cognitieve gedragstherapie en hulp volgens het competentiemodel. Onder deze verzamelnamen vallen weer specifieke interventievormen. Er bestaan bijvoorbeeld verschillende vormen van intensieve pedagogische thuishulp: ambulante gezinsbegeleiding, directieve thuisbehandeling, Families First en video-interactiebegeleiding.

Interventies vallen doorgaans niet exclusief onder één ordening; een interventie als Families First valt zowel onder intensieve pedagogische thuishulp als onder crisishulp. Het niveau waarop de databank de interventies beschrijft is daarom dat van specifieke interventievormen, zoals Families First en video-interactiebegeleiding. Er wordt niet uitgegaan van globalere eenheden, omdat daardoor veel herkenning en relevantie voor de praktijk verloren zou gaan. Daarbij is het niet de bedoeling om bijvoorbeeld de verschillende varianten van video-interactiebegeleiding elk apart weer verder te beschrijven en te beoordelen. 
Voor zover mogelijk en relevant wordt wel gemeld bij welke groep(en) een interventie hoort, welke varianten er bestaan en welke andere interventies veel gelijkenis vertonen met de beschreven interventie.