|
Reacties op dit dossier |
|
|
Voor het vaststellen van symptomen van ADHD zijn diverse instrumenten beschikbaar. Deze instrumenten zijn te verdelen in instrumenten voor vroegsignalering, voor screening en voor diagnostiek.
Vroegsignalering leidt tot de constatering dat er mogelijk sprake is van (het risico op) ADHD. Vroegsignalering vindt plaats wanneer het vermoeden van problemen niet duidelijk is afgebakend tot een bepaald type probleem zoals ADHD. Als er bij vroegsignalering blijkt dat er symptomen van ADHD aanwezig zijn, dan is verdere screening noodzakelijk.
Een voorbeeld van een vroegsignaleringsinstrument is de Test of Everyday Attention for Children (TEA-Ch). Dit instrument brengt aandachtsproblemen bij kinderen en jongeren van 6 tot 16 jaar in kaart.
Instrumenten die kunnen worden gebruikt voor de vroegsignalering van ADHD zijn:
Screeningsinstrumenten worden in een later stadium ingezet, wanneer er vermoedens van ADHD zijn.
Een voorbeeld van een screeningsinstrument is Sociaal Emotionele Vragenlijst (SEV). Deze vragenlijst onderzoekt vier clusters van gedragsproblemen, waaronder ADHD.
Instrumenten die kunnen worden ingezet bij de screening op ADHD zijn:
Als uit de screening naar voren komt dat een kind mogelijk ADHD heeft, dan is verdere diagnostiek door een gedragswetenschapper noodzakelijk. Een voorbeeld van een diagnostisch instrument is de Kiddie-SADS-lifetime versie (K-SADS-PL). Dit semi-gestructureerde interview gebruikt de criteria uit het diagnostisch handboek voor psychiaters (DSM-III-R en DSM-IV) om zicht te krijgen op psychopathologie bij kinderen en jongeren. Instrumenten die bijdragen aan het stellen van de diagnose zijn:
Meer informatie over instrumenten voor het signaleren en diagnosticeren van ADHD is ook te vinden op de site van het Landelijk Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.